Privacy en Eerste Kamer

Al jaren pijns ik mij suf waarom al die ophef wordt gemaakt over privacy van gegevens.  Dat je met goed beheerde gegevens iets kunt vinden is een zegen. Dat iemand er wel eens misbruik van maakt is vervelend. Maar dat is er inherent aan. Gelukkig weet de post mij te vinden, dank zij goede gegevens over waar ik woon. Ook e-mail kan mij bereiken omdat we een werkend systeem hebben. Heel fijn vind ik het als onze overheid mensen die belasting ontduiken of willen ontduiken snel kan opsporen. Dan wordt erger voorkomen en beletten we op tijd dat onze maatschappij verziekt door boevengedrag. Als ik op reis ziek word ben ik ontzettend blij dat de doctoren in een ver land meteen kunnen zien wat mijn medische geschiedenis is. Krijg ik tenminste geen verkeerd bloed of verkeerde medicijnen toegediend. En ik vind het een zegen dat we elkaar kunnen vinden via telefoon. Hoe sneller de politie een wegpiraat weet te vinden hoe beter. Wordt het wat veiliger op de weg. En met GPS kunnen ze me ook vinden als ik een keer de weg kwijt ben. Heel geruststellend. Als er nog een oplossing is voor permanente stroomvoorziening van die apparaten dan is het perfect. Elk nieuw systeem heeft kinderziektes. Ons menselijk brein weet daar altijd weer een goede oplossing voor te vinden. En sommige kinderziektes kun je niet helemaal verhelpen, daar moet je mee leren leven. Ook de autogordel had kinderziektes. Ook onze inentingsprogramma’s tegen kinderziektes hadden kinderziektes. Hadden we daar dan van moeten afzien? Met een goed idee moet je gewoon beginnen. Er in investeren en voortdurend verbeteren. Is de architectuur toch niet helemaal goed dan verzin je een betere. En wat moet geheim zijn in deze wereld, en waarom. Als iemand iets wil verbergen dan zit er vast een luchtje aan. Dan heeft hij of zij iets kwaads in de zin. Of hij of zij doet iets wat wij maatschappelijk onbetamelijk vinden. Laten we dus geen ruimte creëren voor het kwaad. En wanneer duikt de privacy-discussie op? Als het bijvoorbeeld gaat over opsporen van zwart geld: om “privacyredenen” moeten persoonsgegevens van rekeninghouders geheim blijven. Bij opsporen van wegmisbruikers via camera en nummerbord: om “privacyredenen” mogen deze gegevens niet bewaard worden, of niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Als je niet eerlijk wilt zijn tegenover een potentiële werkgever over je verleden. “om privacyredenen” hoef je relevante gegevens niet te vertellen. Bij opsporen van misdaad in hoerenbuurten: om “privacyredenen” enzovoort. Is het gevleugelde begrip “om privacyredenen” niet verworden tot beschermmechanisme voor het kwaad? Een wolf (het kwaad) in schaapskleren (heilig goed: bescherming privacy). Mag er dan niets privé zijn? Je zou zeggen dat mensen innerlijke gevoelens niet met de buitenwereld zouden hoeven te delen.  Maar wat zien we? Pas nog twee jehova’s aan de deur die breed uit kwamen getuigen van hun innerlijke godsgevoelens, die wilden ze met mij delen. En wat gebeurt er  in de sociale media? Veel mensen zetten al hun gevoelens zonder enige schroom op internet. Is dat dan verkeerd. Of moeten ze dat zelf maar weten? Je bent er immers bij de gratie dat je wat betekent voor anderen. Dat anderen je kennen, je onderdeel bent van hun leven en hun beleven. Open en eerlijk zijn over jezelf, wie je bent en hoe je bent zijn daarbij de pijlers. En zeker niet je verbergen achter een scherm dat privacy heet. Dan wek je alleen maar argwaan. Ik ben altijd erg op mijn hoede als mensen zeggen dat bepaalde zaken privacy zijn. Dan reist bij mij twijfel over vertrouwen. Dan hebben ze wellicht wat te verbergen dat het daglicht niet kan verdragen. Ook de leden van de Eerste Kamer hebben mijn vertrouwen 5 april 2011 danig op de proef gesteld. Wie vertegenwoordigen ze?
Dit bericht is eerder geplaatst 2011-06-19

Dit bericht is geplaatst in Politiek. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord