Naar sociaal verduurzamen woningvoorraad

We staan aan de vooravond van een grote verandering van ons energiegebruik. Er is veel draagvlak voor de noodzaak ervan. Aan de overgang van energie uit fossiele brandstof naar niet-fossiele bronnen hangt een prijskaartje. En die zal moeten worden betaald.

Verduurzamen komt er aan
Voor een deel betaalt het zichzelf. Geld dat nu naar de fossiele kant gaat kan zonder veel gevolgen worden overgeheveld naar de niet fossiele middelen. Bij nieuwbouw en bij ingrijpende renovaties die toch al gepland waren vallen de extra kosten mee, tenminste als er eerst goed wordt nagedacht over de noord-zuid oriëntatie van nieuw te bouwen panden, als ruimtelijk goed wordt gekeken naar potentiële (rest) warmtebronnen voor de verwarming en als de juiste voorzieningen en apparatuur worden gekozen. Wat ‘het juiste’ is valt moeilijk te zeggen. Verduurzamen staat volop in de belangstelling en van universiteit tot bouwers wordt gezocht naar slimmer, beter, efficiënter en goedkoper. Ons denken en vinden op dit terrein is vaak gebaseerd op ervaringen uit het verleden. Wie de innovatieve ontwikkelingen van de laatste jaren in ogenschouw neemt kan niet ontkennen dat er al grote stappen richting verduurzaming zijn gezet. En dat is nog maar het begin. We staan in Nederland aan het begin van de verduurzamingsrevolutie.

Bedrijfsleven pakt het op
We zien dat het bedrijfsleven verduurzamen heeft omarmt. De Offshore industrie heeft er al voor gezorgd dat windenergie op zee zonder subsidie gereproduceerd kan worden. Warmtepompen en zonnecollector systemen worden al maar goedkoper. Aan betere opslagmogelijkheden voor stroom en waterstof wordt hard gewerkt, energiemanagement komt meer en meer tot ontwikkeling, van micro niveau tot macro niveau. Kortom, wetenschap en bedrijfsleven zijn hard aan de slag, werken nauw samen en hebben op dit speelveld een zonnige toekomst in het verschiet. Met veel werkgelegenheid, zowel voor de ontwikkelingsmarkt als voor de maakindustrie.

Verduurzamen weer alleen leuk voor wie veel geld heeft?
De verduurzamingsrevolutie kent maatschappelijke twee kanten: kapitaal en sociaal. Voor beleggers, het bedrijfsleven en voor mensen met een goed inkomen en spaargeld ziet de energietransitie er financieel goed uit. Door te beleggen in de verduurzamingsindustrie kunnen mooie rendementen gehaald worden. Omdat kapitaalkrachtiger mensen makkelijk over geld kunnen beschikken kunnen ze als eersten profiteren van eventuele stimuleringsmaatregelen van de overheden en van de andere voordelen.

Naar sociaal verduurzamen
Naast de mensen die door hun maatschappelijke situatie kunnen profiteren van de verduurzamingsrevolutie is er wederom een grote groep die het risico loopt er niet van te kunnen profiteren of die in mindere of meerdere mate benadeelt dreigt te worden. Voor sociaal democraten ligt hier een taak om daarvoor te waken en na te streven dat ook deze groep in grote mate kan profiteren van deze revolutie. We moeten daarbij af van profiteren “naar verhouding”. Want dit credo lijkt rechtvaardig maar de ervaring heeft geleerd dat dit leidt tot bovenmatige bevoordeling van de rijkeren. De maatschappij moet deze verduurzaming op milieugebied ook aanpakken voor een verduurzaming van de leef- en inkomenssituatie, niet naar verhouding maar in absolute zin. Het begrip solidariteit moet nieuwe inhoud krijgen. Iedereen een duurzame woning zonder dat dit ten koste gaat van inkomen van mensen met een lager inkomen. Dat zou de uitdaging moeten zijn voor de sociaal democraten in Nederland. Een deltaplan om dit in pakweg 10 jaar te realiseren. In 2030 zou het klaar moeten zijn.

Het deltaplan sociaal verduurzamen
Het mooie is dat een deltaplan verduurzaming, met sociale wil, ook goed betaalbaar is. In Nederland zijn ca 7,5 miljoen woningen, ca 3 miljoen sociale huurwoningen, ruim 1 miljoen particuliere huur en de rest is koopwoning. De overheid zou zich moeten richten op de combinatie van woningen die nog verduurzaamd moeten worden (huur en koop) en op bewoners van die woningen met een inkomen tot een bepaalde grens (1 tot 2x modaal). Stel dat dit in deze groep woningen gaat om 4 miljoen woningen. De extra kosten van verduurzaming worden nu geschat op € 20.000,- tot € 30.000,- per woning, afhankelijk van grootte en soort woning, huidig prijspeil. Daarmee moet in de meeste gevallen een nul op de meter woning zijn te realiseren. Bij 4 miljoen woningen en gemiddeld € 25.000,- per woning subsidie gaat het 100 miljard euro extra kosten. Dat kan over 12 jaar, t/m 2030 worden uitgesmeerd met vanaf 2020 eerst een aanloop van twee jaar 5 miljard en daarna 9 jaar elk jaar 10 miljard. Dan kan eind 2030 het doel zijn gerealiseerd. Deels zal de verduurzaming kunnen worden gerealiseerd via grondige renovatie van bestaande voorraad. Voor een ander deel kan de subsidie gebruikt worden voor financiering van de extra kosten bij vervangende nieuwbouw. Belangrijk uitgangspunt bij subsidieverstrekking: zonder huurverhoging dan wel woonlastenverhoging bij in aanmerking komende koopwoningen moeten de bewoners een nul op de meter woning kunnen verkrijgen. Met dit plan krijgen mensen met lagere inkomens een duurzame woning, met als extra voordelen: geen woonlasten verhoging en een mooiere en comfortabeler woning.

Dit bericht is geplaatst in Duurzaam, Politiek. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord