Energietransitie veelbelovend

Opstarten energietransitie politiek in impasse?

Anno voorjaar 2019 lijkt de discussie over energietransitie in een impasse te komen. Enerzijds omdat de Telegraaf zich met een tendentieuze argumenten schaart aan de kant van de klimaatsceptici: zij geloven niet dat wij met ons allen door steeds massaler gebruik van fossiele energie ons klimaat en daarmee ons voorbestaan ondermijnen. Anderzijds omdat er een discussie ontstaan is over wie de kosten van de transitie moet betalen: burgers, en met name mensen met de lagere inkomens of het bedrijfsleven. De discussie is mede gebaseerd op nogal boude uitspraken van het kabinet dat iedereen van het gas moet en over moet schakelen op dure alternatieven zoals warmtepompen en het uitblijven van een CO2 heffing voor bedrijven. Ook de toenemende weerstand tegen windmolens en zonnevelden speelt mee. Behoudend Nederland is sterk in het uitvergroten van mogelijke nadelen en risico’s en heeft daarbij weinig oog voor de vele kansen die er ook kunnen zijn. Maar de techniek schrijdt voort en biedt …

Techniek biedt nieuwe inzichten en mogelijkheden

Niet denkbeeldig is dat de opkomende discussie mede is gebaseerd op een gefixeerd beeld van het kabinet van oplossingen terwijl in de praktijk de techniek met grote passen voortschrijdt. We zien dat zich dagelijks nieuwe transitiemogelijkheden aandienen. Het beeld dat iedereen van het gas moet lijkt al weer deels achterhaald. Het inzicht dat waterstof (H2) een grote rol zal geen spelen bij onze energievoorziening groeit snel. De belangrijkste optie daarbij is dat waterstof, met wat aanpassingen aan ons leidingensysteem voor aardgas, gewoon via het aardgasbuizenstelsel naar gebruikers vervoerd kan worden. En het blijkt dt gastoestellen met beperkte aanpassingen geschikt kunnen worden gemaakt voor waterstof.

Waterstof het opslagmedium van de toekomst

Waterstof is een ideale drager van energie. Op de plek waar het wordt gebruikt ontstaan geen schadelijke afvalstoffen. De luchtkwaliteit in onze leefomgeving kan daardoor sterk verbeteren. Waterstof kan onder meer worden verkregen met elektriciteit uit water. Als je het maakt met elektriciteit dat door kolencentrales wordt opgewekt dan schiet je er vanuit oogpunt van mondiale vervuiling niets mee op. Maar als de elektriciteit wordt opgewekt met duurzame energie zoals waterkracht, golfenergie, windmolens en zonneparken dan is het milieuvoordeel niet alleen lokaal maar ook mondiaal. Omdat waterstof redelijk makkelijk getransporteerd kan worden, in gasvorm via leidingen en samengeperst als vloeistof, en omdat het samengeperst bewaard kan worden is het een zeer geschikt medium om op veel plaatsen toe te passen en om aanbod van duurzame energie op de energievraag af te stemmen. En ook kan er mee worden bereikt dat, zolang er fossiele centrales zijn, deze optimaal ingezet kunnen worden waardoor de vervuiling door die centrales afneemt. De mogelijkheden van waterstof zijn aanmerkelijk omvangrijker dan die van accu’s.

Wereldwijde kansen voor maken van waterstof

Voor de transitie naar waterstof zal de productie ervan sterk moeten worden opgevoerd. Omdat de productie niet in de nabijheid van de gebruiker behoeft plaats te vinden kan daarvoor gezocht worden naar de meest geschikte locaties. Als gebruik gemaakt wordt van de aardgaspijpleidingen dan kan dat binnen Europa in bijvoorbeeld Griekenland, Italië en Spanje. Die krijgen daarmee een belangrijk exportproduct. In die landen kunnen krachtige zonnecentrales worden gebouwd die waterstof produceren. Ook woestijngebieden met water in de nabijheid zijn geschikte locaties voor zonnecentrales. Overal waar voldoende wind is kunnen windturbines worden geplaatst. Ter plaatse kan daarmee waterstof worden geproduceerd dat in samengeperste vorm met schepen getransporteerd kan worden. Maar er zijn ook andere mogelijkheden om meer waterstof beschikbaar te krijgen, bijvoorbeeld bij de winning van aardolie en aardgas. Shell heeft dat bijvoorbeeld al opgepakt.

Transitie kan snel op stoom komen

De waterstoftransitie kan snel gaan. Wereldwijd is het bedrijfsleven, zijn universiteiten en bij ons is ook de Gasunie druk doende om na te denken over allerlei toepassingen. Er zijn al veel toepassingsmogelijkheden. Waterstof blijkt niet alleen veelbelovend voor de industrie. Het is bijvoorbeeld ook zeer geschikt om gebruikt te worden in elektrisch aangedreven voertuigen die voorzien zijn van een brandstofcel. Diverse autofabrikanten leveren al door waterstof aangedreven elektrische auto’s. Ook zijn er al CV-ketels die werken op waterstof. Met waterstof en zuurstof en stikstof uit de lucht kunnen in de toekomst ook kunststoffen worden gemaakt.

Gericht subsidiëren

Bij elke transitie heb je te maken met een overgangssituatie waarin nog geen sprake zal zijn van de optimale situatie. Hoe snel het gaat is mede een zaak van vraag en aanbod. Als de vraag toeneemt zal ook de productie snel toenemen, zowel van waterstof als van toepassingsmogelijkheden. De overheid kan waar nodig tijdelijk subsidiëren zodat knelpunten snel worden opgelost. Bij meer massale productie zullen ook de kosten afnemen zoals we recent hebben gezien bij windenergie zonne-energie.

Sturing overheden noodzakelijk

De angst die er nu nog is dat de energiekosten voor de burger sterk zullen toenemen kan bewaarheid worden als er bij de transitie te ondoordacht te werk wordt gegaan. De overheid kan, om te voorkomen dat mensen met lagere inkomens er bij in schieten, voor deze groep mensen kostenregulerend optreden. Daarbij is belangrijk dat de overheid, zowel landelijk als plaatselijk, sturing geeft van het in goede banen leiden van zowel de productie van waterstof als het transitieproces.

Diversiteit

Bij de hele transitie is het verstandig om zoveel mogelijk diversiteit na te streven met betrekking tot bronnen voor onze energievoorziening. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van zo veel mogelijk andere energiebronnen zoals restwarmte van bedrijven, aardwarmte en plaatselijk opgewekte duurzame energie zoals zonne- en windenergie. En ook om in te spelen op nieuwe mogelijkheden die zich ongetwijfeld zullen aandienen. Per gebied kan worden bepaald wat daarvoor, gelet op in die regio te verwachte ontwikkelingen op energiegebied, voor de korte en ook voor de langere termijn de optimale optie is. Nu lijkt het aanleggen van warmtenetten in nieuwbouwwijken en bij nieuwe bedrijventerreinen met in de nabijheid warmtebronnen een goede optie. Als de warmtebronnen verdwijnen dan kunnen de warmtenetten daarna gevoed worden door centrales die waterstof kunnen omzetten in warmte. In oude binnensteden is het wellicht verstandig om waterstof als energievoorziening voor verwarming te gaan gebruiken, via het bestaande gasnet.

Besparen blijft eerste stap

Los van het zoeken naar de meest optimale mogelijkheid om te voorzien in de energievraag blijft het zoeken naar mogelijkheden om de vraag te verminderen vanzelfsprekend een belangrijke uitdaging. Dat is de eerste winst, tenminste als de oplossing voor vraagvermindering niet onevenredig veel kost.

Snelle transitie ook goed voor werkgelegenheid

Voor de energietransitie hebben we een tijdpad van ongeveer 30 jaar bepaald. Dat is een hele lange tijd. Als we in aanmerking nemen hoe snel de technische ontwikkelingen gaan, hoeveel kennis er al is om goedkoop duurzame energie op te wekken en wat er allemaal al plaatsvindt op het gebied van productie en toepassing van waterstof dan zou de transitie binnen de helft van de tijd al wel goeddeels gerealiseerd kunnen zijn. Belangrijk is dat de overheid de ontwikkelingen goed blijft volgen en tijdig de juiste besluiten neemt. Snelle transitie levert voor de Nederlanders en de Nederlandse economie alleen maar voordelen op. Het levert mooie nieuwe werkgelegenheid, een potentieel exportproduct en bij een sociaal overheidsbeleid hoeven lagere inkomens er niet onder te leiden, kunnen er zelfs van profiteren.

Dit bericht is geplaatst in Algemeen, Duurzaam met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord